Verzet na 1945: de Verdoemde Soldaten
Verzet na 1945: de Verdoemde Soldaten
Museum van de Verdoemde Soldaten en Politieke Gevangenen van de PRL
De gevangenis aan de Rakowieckastraat in Warschau, waar het museum is gevestigd, fungeerde vanaf 1945 en gedurende de hele stalinistische periode als een van de belangrijkste politieke gevangenissen van Polen. Hier werden veel vooraanstaande leden van het onafhankelijkheidsverzet vastgehouden.
De gevangenis in de wijk Mokotów was niet alleen een plaats van isolatie, maar ook van executies. Ze wordt daarom vaak het Golgotha van de Poolse natie genoemd. Op deze plek werden meer dan 350 doodvonnissen voltrokken. Het aantal mensen dat tijdens verhoren om het leven kwam, is onbekend. Gedurende het bestaan van het communistische systeem zaten duizenden mensen om politieke redenen gevangen aan de Rakowieckastraat.

De bezoekers van het museum worden meegenomen door de geschiedenis van de Volksrepubliek Polen (PRL). Daarbij komen niet alleen de belangrijkste historische gebeurtenissen aan bod, maar ook de persoonlijke verhalen van mensen die zich met moed, karakter en vaderlandsliefde inzetten voor de vrijheid van hun land. In het museum maakt men kennis met de geschiedenis van bekende verzetsstrijders, maar ook met het lot van mensen die tot op de dag van vandaag door de geschiedenis zijn vergeten.
Verdoemde Soldaten, Onverschrokken Soldaten
De Verdoemde Soldaten waren leden van het Poolse anticommunistische en op onafhankelijkheid gerichte verzet. Zij verzetten zich tegen de sovjetisering van Polen en tegen de overheersing van het land door de Sovjet-Unie.
In hun strijd tegen de nieuwe machthebbers kregen zij te maken met hevige propaganda van de Volksrepubliek Polen. Zij werden bestempeld als “reactionaire ondergrondse bendes”, terwijl mensen die actief waren in anticommunistische organisaties en gewapende groepen “vijanden van het volk” werden genoemd.
De mobilisatie en strijd van de Verdoemde Soldaten vormden een eerste reactie van zelfverdediging van de Poolse samenleving tegen Sovjet-agressie en de met geweld opgelegde communistische overheersing. Tegelijkertijd waren zij een voorbeeld van een van de grootste anticommunistische gewapende verzetsbewegingen in Europa, ook in de oostelijke gebieden van de Tweede Poolse Republiek die na de oorlog door de Sovjet-Unie werden ingelijfd.
Het aantal leden van alle verzetsgroepen samen wordt geschat op 120.000 tot 180.000. De meeste acties van het anticommunistische ondergrondse verzet waren gericht tegen gewapende eenheden van de veiligheidsdienst UB, het Korps voor Binnenlandse Veiligheid KBW en de burgermilitie MO. De onafhankelijkheidsstrijd werd ook gevoerd in de voormalige oostelijke gebieden van Polen, met name in de regio’s Grodno, Nowogródek en Wilno.
Het laatste lid van het anticommunistische ondergrondse verzet was Józef Franczak, met de schuilnaam “Lalek”. Hij kwam om het leven tijdens een actie van de veiligheidsdiensten op 21 oktober 1963, achttien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
De Verdoemde Soldaten werden zwaar vervolgd. Bij gevechten tussen het ondergrondse verzet en de communistische machthebbers kwamen ongeveer 9.000 verzetsstrijders om het leven. Nog eens enkele duizenden werden geëxecuteerd op basis van vonnissen van communistische rechtbanken of stierven in gevangenissen.
Niet alleen de verzetsstrijders zelf werden vervolgd. Ook hun families werden jarenlang getroffen door represailles, intimidatie en sociale uitsluiting. Kinderen van de Verdoemde Soldaten hadden vaak moeilijkheden bij het volgen van een opleiding of het vinden van werk, terwijl hun familiegeschiedenis werd verzwegen, vervalst of als een stigma werd behandeld.
Het bijzondere van de naoorlogse onafhankelijkheidsbeweging ligt onder meer in het feit dat zij, tot de opkomst van Solidarność, de meest wijdverspreide vorm van georganiseerd verzet van de Poolse samenleving tegen de opgelegde macht was. Dankzij de activiteiten van de Verdoemde Soldaten werd de invoering van een duurzaam communistisch systeem in Polen vertraagd. Voor velen werden zij bovendien een voorbeeld van moed, trouw en burgerlijke verantwoordelijkheid.