Een fascinerend en vergeten Oostelijk Front van de I WO
Een fascinerend en vergeten Oostelijk Front van de I WO
Als we aan de Eerste Wereldoorlog denken, denken we vaak aan bekende veldslagen zoals de Slag aan de Somme, de Marne of Verdun. Daar weten we meestal het meest over. Maar ook aan het oostfront vonden enorm belangrijke en dramatische gevechten plaats, bijvoorbeeld bij Gorlice, Przasnysz en Przemyśl.
Voor de Polen was de Eerste Wereldoorlog een lange en traumatische periode. Polen had op dat moment geen eigen staat. Sinds 1795 was het Poolse grondgebied verdeeld tussen Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Daardoor werden Poolse mannen opgeroepen om te vechten in de legers van deze drie landen. In totaal werden meer dan drie miljoen mannen uit het gebied van de latere Tweede Poolse Republiek gemobiliseerd. Veel van de zwaarste gevechten tussen Duitse, Russische en Oostenrijks-Hongaarse troepen vonden plaats op grondgebied dat later weer Pools zou worden.
Voor Poolse soldaten was dit een bijzonder moeilijke situatie. Ze mochten meestal wel hun geloof belijden en onderling Pools spreken, maar discriminatie kwam vaak voor. Het grootste drama was echter dat Polen soms tegenover andere Polen kwamen te staan. Broers, buren of landgenoten konden aan verschillende kanten van het front terechtkomen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden, stierven of verdwenen enorme aantallen Poolse soldaten in de legers van de drie bezettende machten: meer dan 220.000 in het Oostenrijks-Hongaarse leger, ongeveer 200.000 in het Russische leger en meer dan 110.000 in het Duitse leger. Ook de burgerbevolking werd zwaar getroffen. Door het geweld aan het oostfront sloegen duizenden mensen op de vlucht. Ongeveer 900.000 burgers vluchtten uit Galicië of werden gedwongen hun huizen te verlaten. Vanuit het Koninkrijk Polen en het door Rusland bezette deel van Polen werden zelfs ongeveer 3,5 miljoen mensen diep Rusland in gestuurd. Ongeveer een derde van hen waren Polen.
De grootste oorlogsschade tijdens de Eerste Wereldoorlog werd geleden in twee gebieden: de Balkan en het land van de voormalige Pools-Litouwse Republiek. Bijna 90 procent van dit gebied werd direct getroffen door oorlogsgeweld. Anders dan aan het westfront was er hier meestal geen langdurige loopgravenoorlog op één vaste plek. Het front bewoog voortdurend heen en weer. Legers trokken op, trokken zich terug en kwamen later weer terug. Daardoor werd onderweg bijna alles verwoest. Polen en Servië leden hierdoor de grootste verliezen van heel Europa.
De eerste gevechten in Warmia en Mazurië
In het landschap van Warmia en Mazurië vonden al vroeg in de oorlog zware gevechten plaats. Later werden deze bekend als de Slag bij Tannenberg, of Stębark. Op 30 augustus 1914 leed het Russische leger daar een zware nederlaag tegen de Duitsers. Ongeveer 30.000 Russische soldaten werden krijgsgevangen gemaakt. De Russische generaal Alexander Samsonov, die het bevel voerde, pleegde later zelfmoord in een boswachtershut bij Wielbark.

Foto: Archief van Vesting Boyen
Kort daarna volgde de Slag bij de Mazurische Meren, die vanaf 8 september 1914 meerdere dagen duurde. Ook daar versloeg het Duitse leger de Russen. Het aantal gesneuvelde soldaten wordt geschat op bijna 60.000, terwijl nog eens 40.000 soldaten gevangen werden genomen. Een bijzondere plek op deze route is Stańczyki, bekend om zijn indrukwekkende spoorwegviaducten over de vallei van de kleine rivier Błędzianka. Ze worden ook wel de aquaducten van het Romincka-woud genoemd. De bouw ervan begon in 1912. De viaducten maakten deel uit van de spoorlijn tussen Gołdap en Żytkiejmy. De vijf bogen zijn 36,5 meter hoog en 180 meter lang. Nog altijd maken ze indruk door hun grootte, symmetrie en elegante vorm.

De bloedige Slag bij Gorlice
Een van de belangrijkste veldslagen aan het oostfront was de Slag bij Gorlice. De gevechten rond Gorlice duurden bijna een half jaar, maar de beslissende aanval vond plaats van 2 tot 5 mei 1915. Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen vielen onverwacht aan en braken door het Russische front. Dat was bijzonder, want tijdens de Eerste Wereldoorlog lukte het maar zelden om een vastgelopen front echt te doorbreken. De doorbraak bij Gorlice veranderde de hele situatie aan het oostfront. Binnen korte tijd verschoof het front honderden kilometers naar het oosten.
Oorlogsbegraafplaatsen in de Lage Beskiden
De militaire begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog zijn vandaag een vast onderdeel van het landschap van de Lage Beskiden en de omliggende heuvels. Een van de meest indrukwekkende plekken is de begraafplaats Łużna-Pustki, begraafplaats nr. 123.
Daar staat de volgende inscriptie:
In het leven verdeeld,
door de dood verzoend.
Hier zijn hun beenderen samengebracht,
want het maakt niet uit wie ze waren
of wat ze vroeger betekenden,
hun trouw hebben ze behouden.
Deze woorden staan op de grootste militaire begraafplaats van West-Galicië uit de Eerste Wereldoorlog. De begraafplaats ligt op de berg Pustki bij het dorp Łużna. Hier rusten ongeveer 1.200 soldaten van beide strijdende partijen, onder wie ook veel Polen.
De begraafplaats is bijzonder indrukwekkend door haar ligging en ontwerp. De necropolis werd ontworpen door Jan Szczepkowski. De indeling verwijst naar het verloop van de gevechten. Terwijl je door het beukenbos naar de top van de heuvel loopt, kom je steeds nieuwe kruisen tegen. De meeste staan boven op de heuvel, waar een van de zwaarste bajonetaanvallen plaatsvond. Op de top staat een reconstructie van een houten kapel, gebouwd naar het ontwerp van Dušan Jurkovič. Deze beroemde architect liet zich inspireren door de volksarchitectuur van de Karpaten. De kapel vormt het symbolische hoogtepunt van de begraafplaats.
Routes van het oostfront
Wie meer wil ontdekken over de Eerste Wereldoorlog aan het oostfront, kan verschillende historische routes volgen, onder andere:
Deze plekken laten zien dat de Eerste Wereldoorlog niet alleen in Frankrijk en België werd uitgevochten. Ook in het huidige Polen liet de oorlog diepe sporen na — in het landschap, in de geschiedenis en in het geheugen van de mensen.