Kulczycki: de Pool achter het eerste koffiehuis in Wenen
Kulczycki: de Pool achter het eerste koffiehuis in Wenen
Jerzy Franciszek Kulczycki, geboren rond 1640 en overleden in 1694, was tolk en vertaler Turks bij de Oosterse Handelscompagnie. In Polen en Oostenrijk ging hij de geschiedenis in als een heldhaftige boodschapper tijdens het beleg van Wenen in 1683 — én als de man die volgens de traditie het eerste koffiehuis van Wenen opende.
Held tijdens het beleg van Wenen 1683
Over de jeugd van Kulczycki weten we niet veel. Uit historische bronnen blijkt wel dat hij zichzelf beschouwde als een “geboren Pool” uit Sambor, een stad die toen tot de Poolse Kroon behoorde. Hij kwam uiteindelijk naar Wenen en werkte daar als vertaler voor Weense kooplieden die handel dreven met het Oosten. Behalve Turks sprak hij ook Hongaars.
Toen Wenen in juli 1683 door het Ottomaanse leger werd belegerd, raakte de stad steeds verder in het nauw. Na weken van strijd besloot Kulczycki een levensgevaarlijke missie op zich te nemen. In overleg met de burgemeester en de militaire bevelhebber, graaf Starhemberg, verkleedde hij zich als Turkse soldaat. Op de avond van 13 augustus wist hij uit de omsingelde stad te ontsnappen.
Hij liep dwars door de Ottomaanse legerkampen en bereikte op 15 augustus prins Karel van Lotharingen. Met diens schriftelijke antwoord keerde hij via dezelfde gevaarlijke route terug naar Wenen. Zijn moedige actie maakte hem beroemd. Als beloning kreeg hij het Weense burgerrecht, een stuk grond om een huis te bouwen en een baan als keizerlijk vertaler Turks. Keizer Leopold I gaf hem bovendien twintig jaar belastingvrijstelling en liet hem vrij in de keuze van zijn beroep.

Kamelenvoer of… koffie?
Na de overwinning bij Wenen wilde koning Jan III Sobieski Kulczycki belonen. Hij mocht kiezen uit de oorlogsbuit. Tot verbazing van velen koos hij geen goud, wapens of kostbare stoffen, maar honderden zakken koffiebonen die in het Ottomaanse kamp waren achtergelaten.
Dat was een slimme keuze. Veel Europeanen wisten toen nog niet goed wat ze met koffie moesten doen en dachten zelfs dat de bonen misschien als voer voor kamelen dienden. De Ottomanen kenden koffie echter al goed. In Istanbul waren koffiehuizen al enorm populair, en koffie hoorde bij het dagelijks leven. Het was dus logisch dat het Ottomaanse leger ook koffie meenam op veldtocht.
Het eerste koffiehuis van Wenen
Kulczycki maakte handig gebruik van zijn buit. Volgens de overlevering opende hij aan de Domgasse 6 het eerste Weense koffiehuis. In het begin was koffie geen groot succes. De drank was bitter en de Weners moesten eraan wennen. Maar Kulczycki had een goed idee: hij voegde honing en room toe. Zo werd koffie zachter van smaak en aantrekkelijker voor een breder publiek.
Volgens de legende serveerde hij de koffie gekleed in een Turks gewaad. Daarbij gaf hij koekjes in de vorm van een halve maan. Niet iedereen was meteen enthousiast over koffie — sommige tijdgenoten vonden het maar een vreemde, donkere drank — maar langzaam groeide de populariteit.
Na enige tijd opende Kulczycki een nieuw koffiehuis op de Stephansplatz. Zijn bekendste zaak werd het koffiehuis Onder de Blauwe Fles. Daarmee werd hij een van de symbolen van de Weense koffiecultuur. Wenen groeide later uit tot een echte koffiehoofdstad, en Kulczycki werd gezien als een van de grondleggers van die traditie.
Een blijvende herinnering
Op bewaard gebleven portretten wordt Kulczycki vaak afgebeeld in een Turks gewaad, met een hoorn in zijn hand en een buidel om zijn middel. In de negentiende eeuw erkenden de inwoners van Wenen zijn verdiensten door een straat naar hem te vernoemen.
Hoewel Kulczycki slechts iets meer dan vijftig jaar oud werd, liet hij een opvallende erfenis na. Hij wordt herinnerd als een moedige boodschapper die bijdroeg aan de redding van Wenen, maar vooral ook als de man die koffie populair zou hebben gemaakt in de stad. Standbeelden van hem zijn onder meer te vinden in Wenen, in zijn geboortestreek en in Lviv.