Wenen 1683: Sobieski redt Europa
Wenen 1683: Sobieski redt Europa
Op 12 september 1683 versloeg een geallieerd christelijk leger onder bevel van de Poolse koning Jan III Sobieski, met onder meer troepen uit Beieren en Saksen, het Ottomaanse leger onder leiding van grootvizier Kara Mustafa, dat Wenen belegerde.
De Slag bij Wenen 1683
Het leger van grootvizier Kara Mustafa telde naar schatting tussen de 150.000 en 300.000 man en beschikte over ongeveer 160 kanonnen. Het was een van de grootste legers die het Ottomaanse Rijk in de zeventiende eeuw had gemobiliseerd. Medio juli 1683 begon het beleg van Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad brak paniek uit; keizer Leopold I verliet de stad met zijn hofhouding en vluchtte naar Linz. De verdediging van Wenen bestond uit ongeveer 11.000 soldaten, die zware gevechten leverden om de stad te behouden. Toen het leger van Jan III Sobieski bij Wenen aankwam, stonden de Ottomanen op het punt de stad in te nemen.
Op dringend verzoek van keizer Leopold I en paus Innocentius XI trok het Poolse leger, ongeveer 27.000 man sterk, medio augustus op om Wenen te ontzetten. Onder hen bevonden zich de beroemde Poolse huzaren. Op 3 september werd Jan III Sobieski benoemd tot opperbevelhebber van de geallieerde legers, die in totaal ongeveer 68.000 man telden. Sobieski had tijdens zijn militaire loopbaan al vele successen behaald, vooral in de strijd tegen het Ottomaanse Rijk. De Turken noemden hem daarom “de Leeuw van Lechistan” — Lechistan was de Turkse benaming voor Polen.

Tijdens de slag nam het Poolse leger de moeilijke rechtervleugel voor zijn rekening. De linkervleugel werd gevormd door de bondgenoten, onder wie Beierse en Saksische troepen, onder bevel van prins Karel van Lotharingen. Op 12 september 1683 begon de aanval. Eerst rukten infanterie en artillerie op. Later op de dag volgde de beslissende charge van de Poolse huzaren, aangevoerd door koning Jan III Sobieski zelf.
De massale aanval van de Poolse huzaren werd het keerpunt van de veldslag. De Ottomaanse troepen waren niet opgewassen tegen hun stootkracht en raakten in chaos. De eenheden van Kara Mustafa sloegen op de vlucht en uiteindelijk vluchtte ook de grootvizier zelf. Wenen was gered. De stad begroette de Poolse koning als haar bevrijder.
De daaropvolgende nacht bracht Sobieski door in de tent van Kara Mustafa. Daar schreef hij brieven over de overwinning. De eerste brief was gericht aan paus Innocentius XI en begon met de beroemde woorden: “Venimus, vidimus et Deus vicit” — “Wij kwamen, wij zagen en God overwon.” De tweede brief schreef hij aan zijn geliefde vrouw, koningin Maria Kazimiera, die hij Marysieńka noemde.

Slag om Wenen 1683, schilder Jan Matejko, foto: Wikimedia Commons
Samen met de brief aan Maria stuurde Sobieski naar Krakau ook een rijke oorlogsbuit: wapens, zadels, tenten, stoffen, kleding en andere waardevolle voorwerpen die in het kamp van de grootvizier waren buitgemaakt. Een deel daarvan is vandaag nog te zien in het Koninklijk Kasteel op de Wawel in Krakau.
Jan III Sobieski beschreef zijn overwinning aan zijn vrouw in zeer persoonlijke en levendige woorden: “Mijn enige ziel en troost van mijn hart, mijn mooiste en meest geliefde Marysieńka! God heeft ons voor eeuwig deze overwinning geschonken en ons volk een roem gegeven die eeuwenlang ongehoord was. Alle kanonnen, alle voorraden en alle rijkdommen zijn in onze handen gevallen. De vijand vlucht in wanorde, terwijl het slagveld en het kamp bezaaid liggen met zijn doden.”
In dezelfde brief schreef de koning dat de grootvizier zo haastig was gevlucht dat hij bijna al zijn bezittingen had achtergelaten. Sobieski nam onder meer zijn paard, kostbare wapens, vaandels en andere symbolen van macht in beslag. De koning stuurde ook het vaandel van Kara Mustafa naar de paus in Rome.
Na de nederlaag bij Wenen verloor het Ottomaanse Rijk het initiatief in Midden-Europa. Grootvizier Kara Mustafa werd verantwoordelijk gehouden voor de nederlaag en op bevel van de sultan gewurgd.
Een interessant detail is dat het eerste koffiehuis in Wenen volgens de traditie werd geopend door een Pool: Jerzy Franciszek Kulczycki, die aan de Slag bij Wenen had deelgenomen. Hij zou gebruik hebben gemaakt van de koffievoorraden die in het kamp van Kara Mustafa waren achtergelaten.
Bezoek ook het paleis van Jan III Sobieski in Wilanów, bij Warschau.
