De Poolse Ondergrondse Staat 1939-1945
De Poolse Ondergrondse Staat 1939-1945
Iedereen kent de Franse Résistance of de partizanen in Joegoslavië. Maar de geschiedenis van het Poolse verzet is veel minder bekend. En dat terwijl juist in Polen een van de best georganiseerde ondergrondse verzetsbewegingen van Europa bestond, waaraan honderdduizenden mensen actief deelnamen.
Het bondgenootschap van Hitler en Stalin
Op 23 augustus 1939 werd in Moskou een niet-aanvalsverdrag gesloten tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie: het Molotov-Ribbentroppact. In een geheim protocol spraken beide landen af om Oost-Europa in invloedssferen te verdelen. Polen zou daarbij tussen Duitsland en de Sovjet-Unie worden opgedeeld.
Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen vanuit het westen binnen. Ruim twee weken later, op 17 september, viel ook het Rode Leger Polen aan, dit keer vanuit het oosten en zonder oorlogsverklaring. Op Pools grondgebied werd hevig gevochten. De Poolse regering moest het land verlaten en zette haar werk later voort in ballingschap, uiteindelijk in Londen. Op 28 september 1939 vond in Brześć een gezamenlijke parade plaats van Duitse en Sovjettroepen. Daarmee lieten beide bezetters zien dat zij Polen feitelijk onder elkaar hadden verdeeld.
Na de bezetting door Duitsland en de Sovjet-Unie hielden de Poolse staat, het onderwijs, de rechtspraak en de vrije pers op te functioneren. Poolse kranten werden verboden of vervangen door bezettingspropaganda. Belangrijk is ook dat er tijdens de bezetting geen officiële Poolse collaboratieregering ontstond. Anders dan in sommige andere bezette landen werkten de Poolse staatsautoriteiten niet samen met de bezetters. De Poolse staat bleef bestaan in ballingschap, terwijl in het bezette land een ondergrondse staat en verzetsbeweging werden opgebouwd.
Wat was de Poolse Ondergrondse Staat?
Als oprichtingsdatum van de Poolse Ondergrondse Staat wordt meestal 27 september 1939 genoemd. De Poolse Ondergrondse Staat stond onder gezag van de Poolse regering in ballingschap. Die bestond uit de president, de regering, de opperbevelhebber en hun vertegenwoordigers in het bezette Polen.
De Ondergrondse Staat had twee takken: een civiele en een militaire. De civiele tak hield zich bezig met bestuur, onderwijs, rechtspraak en politieke organisatie. Er bestond zelfs een ondergronds parlement, waarin de belangrijkste politieke stromingen vertegenwoordigd waren, zoals de Volkspartij, de Poolse Socialistische Partij, de Nationale Partij en de Arbeiderspartij.
Een van de belangrijkste taken van de civiele tak was het bewaren van de continuïteit van de Poolse staat. Met andere woorden: ook al was Polen bezet, de Poolse staat bleef in het geheim functioneren. Tegelijkertijd bereidde men zich voor op het moment waarop de oorlog voorbij zou zijn en het normale bestuur kon terugkeren. De militaire tak hield zich vooral bezig met training, sabotage, inlichtingenwerk en logistieke ondersteuning. Een belangrijk doel was de voorbereiding van een algemene opstand tegen de bezetters, zodra de omstandigheden daarvoor gunstig zouden zijn.
Inlichtingen en spionage
Poolse geheim agenten speelden een belangrijke rol in de geallieerde inlichtingenvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. Naar schatting was ongeveer 44 procent van alle informatie die de Britse inlichtingendienst ontving, afkomstig van Poolse bronnen.
Alleen al in 1943 stuurden de Polen meer dan 10.000 belangrijke berichten door naar de Britten. Halverwege dat jaar beschikte de Poolse inlichtingendienst over ongeveer 30 spionagenetwerken in bezette en neutrale Europese landen. Dankzij dit uitgebreide netwerk konden de Polen waardevolle informatie verzamelen over Duitse troepenbewegingen, militaire plannen, wapens en strategische doelen. Daarmee leverden zij een belangrijke bijdrage aan de strijd van de geallieerden tegen nazi-Duitsland.
De ondergrondse pers
De terreur van de bezetter werd niet alleen met wapens bestreden, maar ook met informatie. In Polen ontstond tijdens de oorlog een zeer actief netwerk van clandestiene kranten, pamfletten en andere publicaties. Het aantal ondergrondse kranten groeide snel: van ongeveer 50 titels in 1939, naar meer dan 200 in 1940 en meer dan 600 in 1944. In totaal verschenen er tijdens de bezetting ongeveer 1.500 clandestiene bladen. Daarmee had Polen de grootste ondergrondse pers van bezet Europa.
De oplage verschilde sterk per publicatie. Sommige bladen verschenen maar in enkele exemplaren, terwijl andere een oplage bereikten van wel 43.000 stuks. De totale gemiddelde oplage lag rond de 200.000 exemplaren. En omdat één krant vaak door meerdere mensen werd gelezen, bereikte de ondergrondse pers een veel groter publiek dan de oplage alleen doet vermoeden.
Gewapende strijd
Tijdens vrijwel de hele bezetting voerde het Poolse verzet gewapende acties uit. Tot de bekendste acties van de Armia Krajowa — het Poolse Binnenlandse Leger — behoorden aanslagen op hoge functionarissen van de Duitse bezettingsmacht, vooral op personen die verantwoordelijk waren voor repressie en terreur in bezet Polen.
Daarnaast werden bruggen opgeblazen, spoorlijnen gesaboteerd en gevangenen bevrijd. Zulke acties moesten de Duitse oorlogsmachine verzwakken en tegelijk de Poolse bevolking laten zien dat het verzet actief bleef.
De grootste militaire operatie van de Poolse Ondergrondse Staat was de Opstand van Warschau, die begon op 1 augustus 1944. Het doel was om de hoofdstad op eigen kracht van de Duitse bezetter te bevrijden, nog vóór de komst van het Rode Leger.
Geheim onderwijs
De Duitsers maakten geen geheim van hun plannen voor de Poolse bevolking. Het ging hun niet alleen om het veroveren van grondgebied, maar ook om het vernietigen van de Poolse cultuur en identiteit.
Een belangrijk onderdeel daarvan was het beperken van onderwijs voor Poolse kinderen en jongeren. De Duitse bezetter wilde dat Poolse kinderen alleen nog het meest eenvoudige onderwijs kregen. Heinrich Himmler stelde zelfs dat er voor de Poolse bevolking in het oosten geen scholen mochten bestaan boven het niveau van vier jaar basisschool. Kinderen moesten alleen leren tellen, hun eigen naam schrijven en gehoorzamen aan de Duitsers. Lezen vond hij niet belangrijk.
Juist daarom kreeg geheim onderwijs in Polen zo’n grote betekenis. Al vanaf 1940 begonnen ondergrondse scholen te functioneren. In heel Polen volgden ongeveer 1,5 miljoen kinderen lessen in het geheim. In de laatste jaren van de bezetting kregen meer dan 100.000 jongeren clandestien middelbaar onderwijs. Ook tienduizenden studenten volgden colleges aan geheime hogere onderwijsinstellingen.
De risico’s waren enorm. Leraren en leerlingen wisten dat ontdekking kon leiden tot gevangenisstraf, deportatie of een concentratiekamp. Dat gold ook voor de bewoners van huizen waar geheime lessen werden gegeven.
Tussen 1939 en 1945 werden ongeveer 8.500 Poolse docenten gedood of kwamen zij om in kampen. Toch bleef het geheime onderwijs bestaan. Het werd een van de belangrijkste vormen van verzet tegen de bezetter: een strijd om kennis, cultuur en de toekomst van Polen.
Hulp aan Joden
Al in 1942 probeerde de Poolse regering in ballingschap de wereld wakker te schudden. Op 10 december stuurde zij een officiële nota naar de geallieerden over de massamoord op Joden in bezet Polen. De informatie kwam onder andere van Poolse koeriers, onder wie Jan Karski, die met eigen ogen had gezien wat er gebeurde en zijn rapporten naar Londen bracht. Maar de reactie van de vrije wereld bleef beperkt. Ondanks de dramatische berichten kwam er geen snelle en krachtige actie.
In bezet Polen zelf werd ondertussen geprobeerd om Joden te redden. Binnen de Poolse Ondergrondse Staat ontstond de Raad voor Hulp aan Joden, beter bekend als Żegota. Deze organisatie hielp met onderduikadressen, valse documenten, geld, voedsel en medicijnen. Ook Joodse organisaties, zoals de Bund en het Joods Nationaal Comité, kregen steun.
Het was levensgevaarlijk werk. In bezet Polen stond op hulp aan Joden de doodstraf. Toch namen veel mensen dat risico. Om één Joodse onderduiker te redden, was vaak de hulp van meerdere mensen nodig — soms zelfs van een heel netwerk.
Het plan voor de wederopbouw van het land
De Poolse Ondergrondse Staat was een bijzonder fenomeen, niet alleen in Europa, maar zelfs wereldwijd. Dat kwam door de goed georganiseerde ondergrondse structuren die actief waren in vrijwel het hele bezette gebied van de Tweede Poolse Republiek.
De Ondergrondse Staat hield zich niet alleen bezig met actief verzet tegen de bezetters. Er werd ook vooruitgedacht. Men bereidde zich voor op de zogenoemde overgangsfase: het moment van een algemene opstand en de machtsovername na het vertrek van de bezetters.
Daarnaast werkten administratieve afdelingen van de Poolse Ondergrondse Staat aan plannen voor de periode na de oorlog. Zij maakten ontwerpen voor de wederopbouw van het economische en sociale leven in Polen, zelfs met een perspectief van tien jaar na het einde van de oorlog.
Met andere woorden: de Poolse Ondergrondse Staat vocht niet alleen tegen de bezetting, maar dacht ook al na over de toekomst van een vrij Polen.
Het proces van de Zestien
Het einde van de Poolse Ondergrondse Staat kwam toen de Sovjets zestien van haar leiders arresteerden. Dat gebeurde op 27 maart 1945. De leiders werden door de Sovjet-contraspionagedienst uitgenodigd voor zogenaamde gesprekken, maar in werkelijkheid werden ze ontvoerd en naar Moskou gebracht.
Na maandenlange verhoren kwamen zij terecht in een showproces volgens Sovjetmodel. Internationale rechtsregels werden daarbij openlijk genegeerd. De Poolse leiders werden beschuldigd van sabotage en van strijd tegen het Rode Leger.
Velen van hen kregen lange gevangenisstraffen. Sommigen overleefden die gevangenschap niet.
Met dit proces kwam er feitelijk een einde aan de Poolse Ondergrondse Staat. Maar dat betekende niet dat het verzet stopte. Voor veel Polen begon nu een nieuwe strijd — dit keer tegen de communistische macht die door de Sovjet-Unie werd opgelegd.
Lees verder over de Verdoemde Soldaten.