Vrijheid voor Breda: de rol van de Polen in 1944
Vrijheid voor Breda: de rol van de Polen in 1944
Generaal sprak tot zijn soldaten: „Vecht zoals de Poolse soldaat altijd heeft gevochten door de hele geschiedenis heen. Vecht hard en ridderlijk.”
Nadat de geallieerden de Duitsers uit Frankrijk hadden verdreven, wilden ze de Wehrmacht in België en Nederland zo snel mogelijk verzwakken. De Eerste Poolse Pantserdivisie, die samenwerkte met het Tweede Canadese Korps, ging in de aanval. In korte tijd namen de Polen verschillende dorpen en kleine steden in. Deze veroveringen waren een voorbereiding op de aanval op Breda.
De Duitsers hadden sterke verdedigingslinies opgebouwd. Ze beschikten over ongeveer drie infanteriedivisies: samen zo’n 45.000 goed bewapende soldaten en ongeveer 200 antitankkanonnen. Daartegenover stond de Poolse pantserdivisie: goed getraind, ervaren en ongeveer 15.000 soldaten sterk. Zij hadden meer dan 300 tanks, waaronder Britse Cromwell-tanks, en ongeveer 450 kanonnen.
Het gevaar van verwoesting
Normaal gesproken begon een aanval met langdurige beschietingen door artillerie, vaak ondersteund door bombardementen vanuit de lucht. Je kunt je makkelijk voorstellen wat dat voor Breda en haar inwoners zou hebben betekend. De stad, bekend om haar mooie historische gebouwen, had zwaar verwoest kunnen worden. Veel inwoners, die geen schuilkelders hadden, zouden onder het puin van hun eigen huizen terecht kunnen komen.
Generaal Maczek, de commandant van de Poolse divisie, wilde het aantal burgerslachtoffers zo veel mogelijk beperken. Hij was niet alleen een militair leider, maar ook een ontwikkeld man, met een achtergrond in filologie en filosofie. Daarnaast vond hij het belangrijk dat het waardevolle historische erfgoed van Breda gespaard bleef.
Daarom zouden de “Zwarte Duivels” aanvallen zonder voorafgaande artilleriebeschietingen. Maczek vroeg het geallieerde commando ook om geen luchtbombardementen uit te voeren. Zijn soldaten kregen bovendien de opdracht om zo min mogelijk gebruik te maken van hun tankkanonnen.
“Wij spaarden de steden, brachten geen schade aan, en gedroegen ons niet zoals de Duitsers of andere barbaren. (…) Snelheid en verrassing zijn de elementen waarmee veel meer bereikt kan worden dan met een grote hoeveelheid bombardementen, gebruikte munitie en opgehoopt materieel.” Generaal Stanisław Maczek op Poolse Radio, terugdenkend aan de bevrijding van Breda.
De succesvolle manoeuvre
De Duitsers verwachtten een aanval vanuit het westen, omdat dat de richting was van het geallieerde offensief. Maar de Poolse 10e Pantsercavaleriebrigade, onder leiding van kolonel Tadeusz Majewski, pakte het anders aan. De brigade trok om Breda heen via het noorden, maakte daarna een scherpe bocht van 90 graden en viel de stad vanuit het oosten aan. Daardoor werden de Duitsers compleet verrast.
Omdat ze bang waren omsingeld te worden, trokken de Duitsers zich uit Breda terug. Al 24 uur later, op 29 oktober 1944, kon de stad haar vrijheid vieren. De blijdschap onder de inwoners was enorm. Toen de Poolse soldaten Breda binnentrokken, werden ze door grote groepen Nederlanders enthousiast onthaald.
Burgemeester Bartholomeus van Slobbe en de inwoners van Breda eerden de Poolse soldaten met de Zilveren Medaille van de Stad Breda en het ereburgerschap van de stad. Op verzoek van de Bredase bevolking kreeg generaal Maczek bovendien het ereburgerschap van Nederland.
„Ik was trots op die wit-rode vlaggen, het verhoogde de moraal. Mijn eerste indruk was alsof ik terugkeerde naar een Poolse stad, er waren wit-rode vlaggen in de ramen, er waren stickers met de tekst 'Dank u, Polen’ in de ramen.” Generaal Stanisław Maczek, terugdenkend aan de dag van de bevrijding van Breda.
Beleef het verhaal van Generaal Maczek en zijn soldaten van de 1e Poolse Pantserdivisie tijdens de Tweede Wereldoorlog in Maczek Memorial in Breda!
Op 12 april 1945 bevrijdden soldaten van de 1e Poolse Pantserdivisie het krijgsgevangenenkamp in Oberlangen, in de buurt van Ter Apel. In dat kamp zaten 1728 vrouwen van het Poolse Binnenlandse Leger (AK) gevangen. Zij hadden meegevochten in de Opstand van Warschau en waren na het neerslaan van de opstand opgesloten.
Voor de soldaten van generaal Maczek voelde deze bevrijding heel bijzonder. Het was alsof ze een klein stukje Polen hadden teruggevonden. Sommige mannen vonden daar hun dochters, anderen hun zussen, en sommigen zelfs hun vrouwen. Drie van deze echtparen gingen na de oorlog in Breda wonen. Voor veel Poolse soldaten was terugkeren naar Polen namelijk geen optie, omdat hun land inmiddels onder invloed van Stalin stond.
Herdenking van de Opstand van Warschau
“Het grootste geluk van elke Poolse soldaat zou immers zijn om te vechten in Polen, in Warschau. De Poolse Pantserdivisie brengt hulde aan de soldaten en de burgers van de Hoofdstad. Wij beloven dat we de door jullie gebrachte offers honderdvoudig zullen wreken.“ Generaal Stanisław Maczek, 1 september 1944
De Opstand van Warschau begon op 1 augustus 1944 en duurde 63 dagen. Het was de grootste militaire actie tijdens de Tweede Wereldoorlog die door een ondergrondse verzetsorganisatie tegen bezettingstroepen werd gevoerd.
- Ongeveer 30.000 soldaten van de Armia Krajowa — het Poolse Binnenlandse Leger — namen deel aan de strijd. Slechts ongeveer 10 procent van de opstandelingen was bewapend.
- Zij moesten het opnemen tegen ongeveer 20.000 goed bewapende Duitse soldaten, die beschikten over pantservoertuigen, artillerie en vliegtuigen.
- Ongeveer 18.000 opstandelingen kwamen om het leven en circa 25.000 raakten gewond. Daarnaast stierven naar schatting 150.000 tot 200.000 burgers.
Na het neerslaan van de opstand begonnen de Duitsers de Poolse hoofdstad systematisch te plunderen, in brand te steken en op te blazen. Uiteindelijk werd bijna 85 procent van Warschau verwoest. Op 17 januari 1945 trokken troepen van het Rode Leger en het communistische Poolse Volksleger de stad binnen.