Wawel: het koninklijk kasteel als nationaal symbool
Wawel: het koninklijk kasteel als nationaal symbool
De Wawelheuvel is vandaag een van de grootste trekpleisters van Krakau. Hier bevinden zich het Koninklijk Kasteel, de kathedraal en de beroemde Drakengrot.
Het Koninklijk Kasteel beleefde zijn bloeitijd tussen de 14de en de 16de eeuw, onder de laatste Piast-koningen en de Jagiellonische dynastie. Vooral de koningen Alexander I, Sigismund I de Oude en Sigismund II Augustus speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van Wawel. Zij lieten het middeleeuwse kasteel omvormen tot een van de mooiste renaissancepaleizen van Midden-Europa, geïnspireerd op Italiaanse architectuur.

Onder Sigismund I en zijn zoon bloeiden kunst, wetenschap en cultuur aan het hof. Tegenwoordig is Wawel niet alleen een nationaal symbool, maar ook een belangrijk museum. Bezoekers kunnen er onder meer de koninklijke privévertrekken, de schatkamer en de wapenkamer bekijken. Een van de bekendste zalen is de Zaal van Afgevaardigden. Aan het plafond bevinden zich dertig gebeeldhouwde hoofden: originele renaissanceportretten van Poolse notabelen. Dit meesterlijke houtsnijwerk valt op door zijn verfijnde details. Bijzonder waardevol is ook de collectie 16de-eeuwse wandtapijten met Bijbelse taferelen, waarvan sommige zijn versierd met Poolse en Litouwse wapenschilden. In de schatkamer wordt bovendien Szczerbiec bewaard, het originele kroningszwaard van de Poolse koningen.
De Wawelkathedraal neemt een unieke plaats in de geschiedenis van Polen en in het bewustzijn van de Poolse natie in. Eeuwenlang was zij een plek van verering van de heilige Stanislaus, nauw verbonden met het idee van een verenigde en onafhankelijke Poolse staat – zowel tijdens de Poolse delingen als in de communistische periode. Zijn graf wordt al eeuwenlang het Altaar van het Vaderland genoemd.
De geschiedenis van het bisdom Krakau en van deze belangrijkste kerk kreeg een bijzondere betekenis toen kardinaal Karol Wojtyła, jarenlang verbonden met deze plek, tot paus werd gekozen. Tijdens de belangrijkste nationale feestdagen klinkt de Sigismundklok van de Wawelkathedraal door de hele stad.

In de crypte van de Wawelkathedraal rusten belangrijke figuren uit de Poolse geschiedenis, onder wie de koningen Jan III Sobieski en Stefan Batory, prins Józef Poniatowski, generaal Tadeusz Kościuszko, maarschalk Józef Piłsudski, generaal Władysław Sikorski en president Lech Kaczyński. Hier worden ook drie grote Poolse dichters uit de romantiek herdacht: Adam Mickiewicz, Juliusz Słowacki en Cyprian Kamil Norwid, van wie aarde uit zijn graf is bijgezet.
De Sigismundkapel, bekroond met een gouden koepel, is de rustplaats van de laatste koningen van de Jagiellonische dynastie. Hun tijd wordt verbonden met grote overwinningen en de gouden eeuw van de Poolse cultuur.