Wilde natuur in West-Pommeren
West-Pommeren: natuur, landschappen en beschermde gebieden
West-Pommeren is een regio vol ongerepte natuur, waar natuurliefhebbers waardevolle en zeldzame dier- en plantensoorten kunnen tegenkomen. De meest bijzondere natuurgebieden zijn te vinden in nationale parken, landschapsparken, natuurreservaten en geoparken. Bossen, meren, moerassen, veengebieden, kliffen en rivierdelta’s vormen hier samen een uitzonderlijk gevarieerd landschap.
Nationale parken
Aan de monding van de Oder ligt het Nationaal Park Wolin. Het park omvat een deel van het eiland Wolin, de klifkust, kustwateren van de Oostzee, de delta van de Świna en een deel van de Lagune van Szczecin. Het gebied staat bekend om zijn grote biodiversiteit: er komen ongeveer 1300 soorten vaatplanten voor, evenals vele beschermde vogel- en diersoorten. Het symbool van het park is de zeearend. Een van de populairste attracties is het verblijf van de wisenten, waar Europese bizons kunnen worden gezien. Ook het Natuurhistorisch Museum en Educatief Centrum in Międzyzdroje is een bezoek waard.
Door het park lopen talrijke wandelroutes. De rode route, ook wel de Oostzeekustroute genoemd, leidt onder meer naar het uitzichtpunt Kawcza Góra. De blauwe route, langs de Lagune van Szczecin, voert door stille bosgebieden en langs natuurlijke bezienswaardigheden zoals het Turkooizen Meer.
In het centrale deel van de regio, langs de middenloop van de rivier de Drawa, ligt het Nationaal Park Drawa. Het park beschermt een afwisselend landschap van rivierdalen, oude bossen, meren, veengebieden en moerassen. De Drawa is een van de bekendste kajakrivieren van Polen en trekt liefhebbers van actieve natuurbeleving aan. In het park komen onder meer zonnedauw, orchideeën, otters, bevers en talrijke vogelsoorten voor. Tot de bekendere meren in en rond het park behoren onder andere Ostrowiec en Sitno.
Bezoekers kunnen gebruikmaken van wandel-, fiets- en kajakroutes. De routes en natuurpaden voeren door bossen, langs meren en over veengebieden, waardoor het park een goede bestemming is voor wie rust, stilte en wilde natuur zoekt.
Vogels kijken
Op het eiland Karsibór bevindt zich het vogelreservaat Karsiborska Kępa, een waardevolle enclave voor wilde vogels in de delta van de Świna. In het gebied kunnen ongeveer 140 vogelsoorten worden waargenomen. De belangrijkste broedvogel is de waterrietzanger, een wereldwijd bedreigde soort die op Karsiborska Kępa geschikte broedplaatsen heeft gevonden in het oostelijke deel van het reservaat.
Het eiland is bovendien een belangrijke voedsel- en rustplaats tijdens de vogeltrek. Men kan er onder meer ganzen, blauwe reigers, zeearenden, buizerds, wouwen en kraanvogels zien. Langs de oevers van Karsiborska Kępa loopt de kajakroute “44 eilanden”, die een bijzondere manier biedt om de natuur van de Świna-delta te ontdekken.
Het Kromme Bos
Niet ver van Gryfino ligt het beroemde Kromme Bos. Dit natuurmonument onderscheidt zich door de unieke vorm van de grove dennen die hier groeien. Op een oppervlakte van ongeveer 0,30 hectare staan meer dan honderd bomen waarvan de stammen vlak boven de grond sterk gebogen zijn.
De bomen werden waarschijnlijk rond 1934 geplant. De reden voor hun bijzondere vorm is nooit met zekerheid vastgesteld. De meest waarschijnlijke verklaring is dat de jonge bomen doelbewust werden vervormd om hout te verkrijgen voor meubels, boten of andere ambachtelijke toepassingen. Toch bestaan er ook tal van legendes en fantasierijke theorieën over dit ongewone bos.
Geoparken, landschapsparken en het Smaragdmeer
In West-Pommeren zijn ook geoparken te vinden: gebieden met een bijzondere toeristische en educatieve waarde, waar bezoekers meer kunnen leren over het geologische verleden en de processen die het aardoppervlak hebben gevormd. Een van deze gebieden is “Postglaciaal landschap van de Drawa en de Dębnica”, dat zich uitstrekt tussen Połczyn-Zdrój, Barwice en Czaplinek en onder meer het schilderachtige gebied Szwajcaria Połczyńska (oftewel het “Zwitserland van Połczyn”) omvat. Een ander geopark is “Postglaciaal landschap aan de Oder”, gevestigd in Moryń, aan de Pools-Duitse grens.
In de regio liggen ook verschillende landschapsparken. Aan de rand van het Gorzów Woud en het Myślibórz Merengebied ligt het Barlinek-Gorzów Landschapspark. Het gebied wordt gekenmerkt door uitgestrekte bossen, meren, beekdalen en waardevolle leefgebieden voor vogels. In het park komen onder meer zeearenden, visarenden, zwarte ooievaars en verschillende soorten uilen voor.
In de Odervallei bevinden zich twee bijzondere landschapsparken. Het Landschapspark Cedynia omvat onder meer de Piaskowa-wildernis, de Żuławy Cedyńskie, moreneheuvels en delen van de bossen rond Mieszkowice. Het landschap is zeer afwisselend: vruchtbare laaglanden, droge graslanden, moerassen en heuvels wisselen elkaar af. Vanaf verschillende uitzichtpunten kan men genieten van panorama’s over de Odervallei en de door rivieren en beken doorsneden heuvels.
Het Landschapspark van de Beneden-Odervallei omvat gebieden in de gemeenten Widuchowa, Gryfino en Kołbaskowo en reikt gedeeltelijk tot Szczecin. Het beschermt een uniek netwerk van kanalen, meren, veenmoerassen en natte weiden. De flora en fauna van dit gebied zijn kenmerkend voor grote, natuurlijke rivierdelta’s en komen in veel andere rivierdalen nauwelijks meer voor.
Het Iński Landschapspark beschermt de beboste moreneheuvels van het Ińsko Merengebied. Het landschap bestaat uit meren, veengebieden, beukenbossen, ravijnen en zwerfstenen. Het hoogste punt is Głowacz, 180 meter boven zeeniveau. In het park komen meer dan 700 soorten vaatplanten voor, waaronder beschermde soorten zoals zonnedauw en orchideeën. Het gebied is ook belangrijk voor vogels, waaronder kraanvogels.
Aan de zuidoostelijke rand van Szczecin ligt het Landschapspark Szczecin – Puszcza Bukowa. Dit park omvat een uitgestrekt beukenbos op de Wzgórza Bukowe, een reeks moreneheuvels die tot de meest waardevolle natuurlijke gebieden in de omgeving van Szczecin behoren. Tussen de heuvels liggen valleien, bronnen, beken, veengebieden en kleine meren.
Een van de bekendste attracties van dit gebied is het Smaragdmeer. Het meer ontstond in de jaren twintig van de twintigste eeuw op de plaats van een voormalige krijt- en mergelgroeve, die door grondwater werd overstroomd. De karakteristieke groenblauwe kleur van het water maakt het tot een van de meest fotogenieke plekken van Szczecin.
Het noordwestelijke deel van Szczecin wordt omringd door het Wkrzańska-woud, een groot bosgebied met talrijke wandel- en fietsroutes. Hier bevinden zich ook archeologische vindplaatsen en het watervogelreservaat Świdwie. Dit reservaat beschermt het dichtgroeiende Świdwie-meer en de omliggende moerassen, bossen en weiden. Sinds 1984 staat het gebied op de lijst van de Ramsar-conventie als een internationaal belangrijk watervogelgebied.