De draak van Wawel
De draak van Wawel
Aan de voet van de Wawelheuvel, in een donkere grot aan de oever van de Wisła, leefde volgens de legende ooit een angstaanjagende vuurspuwende draak. Hij joeg de inwoners van Krakau de stuipen op het lijf, verslond schapen en vee, en niemand durfde zijn dieren nog in de buurt van de rivier te laten grazen. Het hele land leefde in angst.
Koning Krak besloot dat er een einde moest komen aan de terreur. Hij beloofde dat degene die de draak zou verslaan, met zijn dochter Wanda mocht trouwen en later de troon zou erven. Dappere ridders uit alle hoeken van het land waagden hun kans, maar geen van hen kon het monster overwinnen. Nog voordat zij dichtbij genoeg kwamen, spuwde de draak vuur en veranderden zij in as.
Toen verscheen de jonge schoenmakersleerling Skuba Dratewka aan het hof. Hij had geen zwaard, geen paard en geen harnas, maar wél een slim plan. Hij vulde een schaap met zwavel, naaide het zorgvuldig dicht en legde het voor de ingang van de drakengrot.

De gulzige draak liet zich niet lang wachten. Hij verslond het schaap in één hap, maar al snel begon de zwavel in zijn buik te branden. Wanhopig rende hij naar de Wisła en dronk zoveel water dat hij steeds dikker en dikker werd — tot hij uiteindelijk met een enorme knal uit elkaar barstte.
Krakau was gered. Rond de Wawelheuvel groeide een stad die, volgens de legende, naar koning Krak werd genoemd: Krakau.
Vandaag leeft het verhaal van de Waweldraak nog altijd voort. Voor de ingang van de Drakengrot staat een beroemd standbeeld van de draak, dat om de paar minuten echt vuur spuwt. En wie Krakau in juni bezoekt, kan de magie van deze legende beleven tijdens de spectaculaire Drakenparade: een kleurrijk openluchtspektakel aan de voet van het Wawelkasteel.
