Taal
Taal
De eerste opgetekende zin in het Pools is te vinden in het middeleeuwse document de Księga Henrykowska, het Boek van Henryków. De zin luidt: „Day, ut ia pobrusa, a ti poziwai”, wat in het hedendaags Pools wordt weergegeven als: „Daj, ać ja pobruszę, a ty poczywaj”. In het Nederlands betekent dit: „Laat mij malen, en rust jij uit.”
Vandaag de dag is het Pools de moedertaal van ongeveer 46 miljoen mensen. Tegenwoordig zijn er niet veel dialecten meer in algemeen gebruik. Het Pools is een taal vol valkuilen. Op grammaticale regels en spelling bestaan tal van uitzonderingen. Zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden worden verbogen, werkwoorden worden vervoegd en in bepaalde tijden ook aangepast aan het geslacht van het onderwerp. Voor buitenlanders is vooral de uitspraak vaak een struikelblok. Wie de taal eenmaal beter leert kennen, beschouwt haar echter vaak als een rijke taal vol vitaliteit en schoonheid.
Enkele basisbegrippen:
Tak [tak] – ja
Nie [njè]– nee
Dziekuje [dzjenkoejè] – dankuwel
Prosze [prosjè]– alstublieft
Dzien dobry [dzjen dobreu] – goedendag
Do widzenia [do vidzenija] – tot ziens
Nie mowie po polsku [njè moevjè po polskoe] – ik spreek geen Pools
Alvast een korte introductie tot Pools nodig? Bekijk deze video: