Heel lang geleden leefde er in Toruń een rijke en door iedereen gerespecteerde bakker, die ook burgemeester was. Hij heette Bartłomiej. Bogumił werkte voor hem en hij was verliefd op de mooie dochter van de burgemeester-bakker. Het mooie meisje heette Katarzyna. Ondanks dat Katarzyna zijn gevoelens beantwoordde, wou haar vader hun geen zegen geven voor een huwelijk omdat Bogumił veel te arm was, en de bakker wou een schoonzoon die minstens even rijk was als hijzelf.
De jonge bakker hield ervan te wandelen langs de verdedigingsmuren van Toruń en te dagdromen over zijn geliefde Katarzyna. Op een dag zat hij bij de vijver met een boeketje bloemen, dat hij voor Katarzyna geplukt had. Plots zag hij een bijtje in nood, het insectje was aan het verdrinken in de vijver. Bogumił kreeg medelijden, dus schepte hij het bijtje met een blaadje uit het water. Het kleine wezentje bedankte hem en vloog snel weg. Een tijdje later kwam opeens een grote bij op zijn schouder zitten, het was de Bijenkoningin. Ze was op de hoogte van de edelmoedige daad van Bogumił wou hem beslist belonen omdat hij haar zusje gered had. Ze verklapte hem het recept om een lekkere peperkoek te bakken. Ze vertelde hem dat hij bij het deeg wat honing en kruiden moest doen. Bogumił bedankte haar om de raad, nam het boeket bloemen en keerde terug naar Toruń.
In de bakkerij was iedereen druk in de weer, de koning kwam immers op bezoek. Bogumił begon meteen met het bakken van een peperkoek voor de koning. Hij herinnerde zich dat de Bijenkoningin nog zei dat hij moest goed moest opletten, want hij mocht het recept niet aan eender wie verklappen. Wanneer het deeg klaar was, maakte hij er twee hartjes van en legde het in twee circeltjes, die twee trouwringen symboliseerden. De peperkoek voor de koning was al snel klaar.

Copyright © 2012 POT 
